Recent werk van José Heerkens.
Aan de schilderijen van José Heerkens ligt fascinatie
voor ruimte ten grondslag. In haar werk ondervraagt zij met een altijd alerte
geest de kwaliteiten die ons een ruimte als ruimtelijk doen ervaren; zij
onderzoekt hiervan de logische aspecten, maar ook de aspecten van ervaring en
beleving.
Haar kunst is abstract, al is het zeker gebaseerd op waarneming en beleving van ruimtes. Om welke ruimtes het in reële zin gaat, is niet van belang. Het kan gaan om een landschap in Australië waar zij doorheen reist, of om de lichtval in haar eigen atelier.
Haar werk is constructivistisch van aard. Het zijn composities die naar zichzelf verwijzen, autonoom zijn, niet symbolisch verwijzen naar iets in de werkelijkheid.
Maar er is niet alleen constructie, ook beleving en intuïtie dragen in belangrijke mate bij aan haar schilderijen. Dit laatste komt tot uiting in Heerkens' kleurkeuze en kleurgebruik; dat zij ergens de inventieve, klassieke schilder nooit helemaal heeft losgelaten bevestigt zij met haar uitspraak dat zij in haar werk niet alleen op jacht is naar 'ruimte' maar ook naar 'licht'.
Theo van Doesburg zegt dat kleur materie is, net als een vorm of een vlak, in zijn strenge manifest Konkrete Kunst uit 1930; uit het zelfde jaar is de tekst Elementarisme:
wat is het hoogste voor den schilder?
zich kleur te voelen, kleur te zijn. zonder dat is het werk kleurloos, ook al is het bont. kleur te zijn, wit, rood, geel, blauw, zwart te zijn, dat is schilder zijn. dat de schilder van heden en morgen in kleur denkt, is niet voldoende, doch dat hij kleur is en kleur eet en van zichzelf een schilderij maakt...
De gedachte komt op dat Van Doesburg hier zo sterk, bijna lyrisch-overdreven de nadruk legt op het aspect kleur, omdat kleur misschien wel het moeilijkst in te passen is in een artistiek concept waarin alleen concrete elementen zijn toegestaan. Hij zegt even verderop:
ik heb niets tegen het gebruik der okers, mits ze werkelijk als materie begrepen worden.
En toch: hèt rood, hèt blauw is nooit gedefinieerd zoals hèt vierkant wel gedefinieerd is. Van Doesburg dacht dit op te kunnen vangen door kleur als materie te behandelen, onsentimenteel, niet symbolisch; kleur als plastisch en als elementair gegeven. Maar toch: wèlke kleur?
Joseph Albers heeft tussen 1949 en zijn overlijden in 1976 honderden malen een Homage to the Square geschilderd, waarin hij kleur èn als materie èn als ruimte-determinator heeft aangewend, in een dialoog van systematiek en intuïtie.
Ook het werk van José Heerkens bevat een interne dialoog tussen het wetmatige en het zoeken naar wat kleur met ruimte en licht doet. Zoals bij Albers is dit onderzoek van de kleur ook een concreet aspect van haar schilderijen, omdat het niet om een symbolische compositie van kleuren gaat, maar om een proefondervindelijke waarin regelmatigheden worden bepaald tijdens de voortgang van het werk.
In een gesprek liet José Heerkens zich ontvallen: "Ik hou van de horizontale ruimte." In haar recente werk is de horizontale lijn inderdaad dominant. Net als met de beeldelementen vlak, ritme, kleur gaat Heerkens op een vrije manier met dit gegeven om: construerend en intuïtief tegelijk. Dwars door alle constructies en transformaties, door alles wat zij met haar beeldelementen en visuele grammatica wil zeggen, gaat het uiteindelijk om een compositie waarin concepten als helderheid en complexiteit, openheid en volheid op een concrete manier worden gerealiseerd.
In het schilderij 2010-L8 zijn de horizontale bewegingen dominant, de lijnen dragen de kleuren over het doek (zoals de kunstenaar zelf formuleerde). Titels als Passing Colours en Written Colours geven aan dat de aspecten van activiteit- en beweging-in-de-ruimte heel belangrijk zijn.
Ook waar de verticale lijnen van het grid zichtbaar zijn, krijgen ze toch niet het belang dat de horizontale lijnen hebben wat betreft kleur, volume en beweging. In de schilderijen 2010-L9 en 2010-L10 zien we een fascinerende dialoog tussen de verticale en de horizontale beeldlijnen met hun kleurschakeringen van zwart met donkerblauw, en zwart met donkergroen. Deze donkere volumes, deze schakelingen van schaduwen hebben de bijzondere ruimtelijke schoonheid van straten en gevelwanden in een nachtelijke stad.
© Cees de Boer, 2010